Afrikaanse taal en letteren: een inleidend overzicht

Geskryf deur Anton Raath | Literatuur | Vrydag 25 Januarie 2002 2:27 pm

Luc Renders van die Universiteit Hasselt oor Afrikaans as kultuurtaal.

1. Afrikaans als cultuurtaal

Het Afrikaans is een erg jonge taal, die zich in de vorige eeuwen op de zuidpunt van Afrika geleidelijk uit het Nederlands ontwikkeld heeft. Toen Jan van Riebeeck in 1652 voor de Oost-Indische Compagnie aan de Kaap de Goede Hoop een verversingspost opzette, bouwde hij tegelijkertijd op het Afrikaanse vasteland een bruggehoofd voor het Nederlands. Toch begon bijna gelijktijdig een ontwikkelingsproces dat zou leiden tot het ontstaan van het Afrikaans.

Zo heeft het Afrikaans zich geleidelijk uit het Nederlands ontwikkeld om reeds in de loop van de 18e eeuw zijn karakteristieke vorm te krijgen. Het bleef echter bijna uitsluitend een gesproken taal, totdat het door de inspanningen van de taalstrijders van de Eerste en van de Tweede Taalbeweging in het laatste kwart van de 19e en het eerste van de 20e eeuw erin slaagde het juk van het Nederlands af te werpen.

De oprichting van het ‘Genootschap van Regte Afrikaanders’ in 1875 betekent een eerste doelbewuste poging om het gebruik van het Afrikaans als geschreven taal te propageren. Volgens het Genootschap kan immers slechts in het Afrikaans uitdrukking gegeven worden aan het op Afrikaanse bodem ontstane besef van eigenheid en samenhorigheid.

Het Afrikaans is immers de taal van alle “Afrikaanders met Afrikaanse harte” zoals in het manifest van de Eerste Taalbeweging wordt gesteld. In het werk van de voormannen van deze beweging staat de cultuurstrijd voorop. Propaganda en didactiek primeren. Hun inspanningen blijven niet zonder gevolg. Met de aanvaarding in 1925 van het Afrikaans, naast het Engels, als een officiële landstaal van Zuid-Afrika is de strijd om erkenning definitief beslecht.

Het Afrikaans heeft als cultuurtaal een erg kort verleden. Maar in die beperkte tijd heeft het, mede als gevolg van sociale ontwikkelingen en van het feit dat de Afrikaner erin slaagde een dominante politieke positie in Zuid-Afrika te verwerven, een rijk cultureel erfgoed opgebouwd. Terwijl er in het begin van de eeuw nog heel wat stemmen opklinken die de culturele draagkracht van het Afrikaans in twijfel trekken, staan nu de verworvenheden van deze jonge taal buiten kijf.

Het Afrikaans is de moedertaal van 5 à 6 miljoen Zuid-Afrikanen, blanken en zwarten, en de tweede taal van meer dan 13 miljoen andere Zuid-Afrikanen. Het heeft zich ontwikkeld tot een volwaardig communicatie-instrument op alle domeinen van het maatschappelijke leven. De kombuis- en boerentaal van weleer is nu ook de taal van de kansel, de aula, het laboratorium, het sportstadium, het klaslokaal, de stad, het parlement, de rechtbank, het bankgebouw, het industrieterrein en zelfs van de township. Kranten en tijdschriften, radio en tv gebruiken het Afrikaans als medium en ook op het Internet geeft een website als ‘Die Knoop’ (http://www.dieknoop.co.za/) blijk van de dynamische veelzijdigheid en ongebreidelde levenskracht van de hedendaagse Afrikaanse cultuur en samenleving.

Een culturtaal maakt zich vooral waar door haar literaire verwezenlijkingen : ” [...] maar ons hele strewe om deur ons taal voort te bestaan, kan geregverdig word alleen deur die rykdom van onvervangbare waardes wat ons in dié taal voortbring ” is de mening van N.P. van Wyk Louw. Juist op dit vlak scheert het Afrikaans hoge toppen. Na een aarzelende start heeft de Afrikaanse literatuur een merkwaardige groei gekend en zowel op het gebied van de poëzie als van het proza een benijdenswaardig niveau bereikt. Verheugend is bovendien dat de jongste jaren de stem van de zwarte schrijver krachtiger begint door te klinken.

De ontplooiing van het Afrikaans werd geschraagd door een uitgebreid netwerk van cultuurorganisaties. Naast een overkoepelend lichaam als de FAK (Federasie van Afrikaanse Kultuurorganisasies) liet ook de ATKV (Afrikaanse Taal- en Kultuurvereniging) zich niet onbetuigd. Op het domein van de taalpolitiek speelde vooral de Suid-Afrikaanse Akademie vir Taal, Lettere en Kuns (nu de Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns) een sleutelrol. Eerst ijverde de Akademie voor de standaardisering en uitbouw van het Afrikaans, daarna voor de promotie en verdere ondersteuning ervan. Het gevolg was dat binnen een relatief kort tijdsbestek een stevig taalkundig kader voor het Afrikaans tot stand kwam. Doordat het Afrikaans ook de taal van de Nasionale Party-regeringen en van het staatsapparaat was, verwierf het vanzelfsprekend een bevoorrechte positie in de Zuid-Afrikaanse maatschappij.

De machtsgreep van de Afrikaner beperkte zich overigens niet tot de politieke arena, hij eigende zich ook het Afrikaans als zijn exclusieve bezit toe. De rol en het aandeel van de anderskleurige Afrikaanssprekende in de uitbouw ervan werd bijna volledig geïgnoreerd. Als tweederangsburger werd hem zijn rechtmatige plaats binnen de Afrikaanse taalgemeenschap decennialang ontzegd. Deze exclusiviteitsaanspraken hebben er onvermijdelijk toe geleid dat de gecanoniseerde cultuurprodukten hoofdzakelijk van blanke makelij zijn en dat de standaardtaal op blanke, Europees-geïnspireerde, leest is geschoeid.

Met de overgang naar een democratisch bestel en de verkiezing van een zwarte meerderheidsregering is in deze situatie grondig verandering gekomen. Samen met het teloorgaan van de machtspositie van de Afrikaner heeft het Afrikaans ook aanzienlijk aan belang en daardoor aan prestige in de Zuid-Afrikaanse samenleving ingeboet. De grondwet van het nieuwe Zuid-Afrika ruimt plaats voor 11 officiële talen. Op radio en tv is het aandeel van het Afrikaans teruggeschroefd terwijl ook het gebruik ervan in het openbare leven drastisch is afgenomen.

De gewijzigde politieke verhoudingen na de eerste democratische verkiezingen in april 1994 hebben voor de Afrikaanse cultuur ongetwijfeld verregaande implicaties. Er zijn dan ook een aantal doemprofeten die een verdere aftakeling van de positie van het Afrikaans voorspellen. Dat dit allicht een overdreven vrees is, bewijst een Afrikaanse literatuur die, bevrijd van het juk van de apartheid, een sterke dynamiek, een grote creativiteit en een ruime mate van gevarieerdheid tentoonspreidt.

Het is evident dat het Afrikaans zich moet herbronnen. Dit vereist onder andere een grotere openheid van het Standaardafrikaans voor de variant die door de zwarten wordt gesproken. Het spreekt voor zich dat het Afrikaans de taal van elke Afrikaanssprekende wordt. Het onvermijdelijke gevolg daarvan is dat het Afrikaans, dat wat spelling en woordenschat betreft steeds aansluiting bij het Nederlands heeft gezocht, meer en meer zijn eigen weg zal gaan en zich dieper en dieper in de Afrikaanse bodem zal ingraven. Het gewijzigde politieke landschap stelt het Afrikaans voor een grote uitdaging maar kan tegelijk de aanzet vormen tot verdere culturele ontplooiing en verdieping en leiden tot een nieuw élan vital.

De herpositionering maakt het Afrikaans los uit de greep van de blanke Afrikaner en bevrijdt het van het apartheidsstigma dat er zo lang aan heeft gekleefd. Afrikaans is niet langer het ‘Apartaans’ zoals Breyten Breytenbach het definieerde, maar het is ook de taal van de bevrijdingsstrijd en van het nieuwe Zuid-Afrika, met wortels diep in de Afrikaanse grond. Een recent verschenen dichtbundel als Deur die oog van ‘n naald van Matthews Phosa laat daar geen twijfel over bestaan. Het Afrikaans maakt ongetwijfeld integraal deel uit van het veelkleurige talenspectrum van Zuid-Afrika.

Kennisname van de cultuurgeschiedenis en -produkten van de Afrikaanssprekende houdt voor de Nederlandstalige lezer geen grote problemen in. Het biedt hem de gelegenheid zijn blik op de wereld te verruimen en zijn ervaringshorizon uit te breiden. Zoals het Nederlands intrinsiek deel uitmaakt van het verleden van het Afrikaans, zo behoren de culturele produkten die een stamverwante taal heeft voortgebracht onze belangstelling te wekken. De Afrikaanse voedingsbodem en het gehalte van de Afrikaanse cultuur staan borg voor een verrijkende ervaring.

2. Een selectie uit taal- en letterkunde

De hiernavolgende lijst brengt een selectie met een zwaar accent op werken die de jongste jaren verschenen zijn. De boeken met asterisk gemerkt worden sterk aanbevolen. Jaaroverzichten van het Afrikaanse proza zijn verschenen in Snoecks 1999, Snoecks 2000 en Snoecks 2001. Recensies van Afrikaanse literatuur verschijnen in Zuid-Afrika, het maandblad van de Stichting ZASM te Amsterdam, Zuidelijk Afrika, uitgegeven door Niza, Nederlands Instituut voor Zuidelijk Afrika eveneens in Amsterdam en het Zuid-Afrikaanse tijdschrift Insig, een uitgave van Nasionale Pers, Kaapstad. De website van Nasionale Pers verschaft nuttige informatie over nieuwe publicaties.

2.1. Fictie: proza

Baker Eleanor, Groot duiwels dood, Human & Rousseau 1998
Barnard Chris, Moerland, Tafelberg 1992
Barnard Chris, Boendoe, Tafelberg 1999 ***
Behr Mark, Die reuk van appels, Queillerie, 1998 ***
Benjamin S.P., Die reuk van steenkool, Queillerie 1998
Benjamin S.P., Die lewe is ‘n halwe roman, Queillerie 1999 ***
Botha Johann, Groot vyf, Human & Rousseau 1997
Botes Annelie, Klawervier, Tafelberg 1997
Breytenbach Breyten, Woordwerk, Human & Rousseau, 1999
Brink André, Sandkastele, Human & Rousseau 1995
Brink André, Duiwelskloof, Human & Rousseau 1998 ***
Coetzee Christoffel, Op soek na Generaal Mannetjies Mentz, Queillerie 1998 ***
Cronjé Karin, Vir ‘n pers huis, Human & Rousseau 1999
De Vries A., Skaduwees tussen skaduwees, Human & Rousseau 1997 ***
De Vries Izak, Kom slag ‘n bees, Tafelberg 1998
Dido E.K.M., Die storie van Monica Peters, Kwela 1996
Dido E.K.M., ‘n Stringetjie blou krale, Kwela 2000
Dreyer Tom, Erdvarkfontein, Tafelberg 1998
Dreyer Tom, Stinkafrikaners, Tafelberg 2000
Fouché Jaco, Die ryk van die rawe, Queillerie 1996
Joubert Marlise, Oranje Meraai, Tafelberg 1996
Joubert Elsa, Missionaris, Tafelberg 1988 ***
Joubert Elsa, Die Reise van Isobelle, Tafelberg 1995 ***
Louw Anna M, Vos, Human & Rousseau 1999
Matthee Dalene, Kringe in ‘n bos, Tafelberg 1984
Matthee Dalene, Fiela se kind, Tafelberg 1985
Matthee Dalene, Pieternella van die Kaap, Tafelberg 2000
Miles John, Kroniek uit die doofpot, Human & Rousseau 1991 ***
Prinsloo Koos, Slagplaas, Human & Rousseau 1992
Scheepers Riana, Dulle Griet, Tafelberg 1991 ***
Scheepers Riana, Feeks, Human & Rousseau 1999
Schoeman Karel, ‘n Ander land, Human & Rousseau 1984 ***
Schoeman Karel, Die uur van die engel, Human & Rousseau 1995 ***
Schoeman Karel, Verkenning, Human & Rouseau 1996 ***
Schoeman Karel, Verliesfontein, Human & Rousseau 1998 ***
Schoeman Karel, Stamland: ‘n reis deur Nederland, Human & Rousseau 1999 ***
Scholtz A.H.M., Vatmaar, Kwela 1995 ***
Scholtz A.H.M., Langsaan die vuur, Kwela 1996
Smith Clive, Bly te kenne Braam, Kwela 1997
Van der Merwe Kirby, Klapperhaar slaap nie stil nie, Kwela 1999
Van der Vyver Marita, Griet skryf ‘n sprokie, Tafelberg 1992 ***
Van der Vyver Marita, Wegkomkans, Tafelberg 1999
Van Heerden Etienne, Toorberg, Tafelberg 1986 ***
Van Heerden Etienne, Casspirs en Campari’s, Tafelberg 1991
Van Heerden Etienne, Die Stoetmeester, Tafelberg 1993
Van Heerden Etienne, Kikoejoe, Tafelberg 1996 ***
Van Heerden Etienne, Die swye van Mario Salviati, Tafelberg 2000 ***
Van Niekerk Marlene, Triomf, Queillerie 1994 ***
Venter Eben, Foxtrot van die vleiseters, Tafelberg 1993
Venter Eben, Ek stamel, ek sterwe, Queillerie 1998 ***
Viljoen Lettie, Karolina Ferreira, Human & Rousseau 1993 ***
Viljoen Lettie, Landskap met vroue en slang, Human & Rousseau 1996 ***
Von Meck Anoeschka, Annerkant die longdrop, Queillerie 1998
Wasserman Herman, Verdwaal, Human & Rousseau 1997
Weideman George, Die onderskepper, Queillerie 1998
Weideman George, Draaijakkals, Tafelberg 1999
Winterbach Ingrid, Buller se plan, Human & Rousseau 1999

2.2. Fictie: poëzie

Breytenbach Breyten, Die hand vol vere, Human & Rousseau 1995
Cussons Sheila, Die asem wat ekstase is, Tafelberg 2000
Eybers Elisabeth, Versamelde gedigte, Human & Rousseau 1990 ***
Eybers Elisabeth, Verbruikersverse / Consumer’s verse, Human & Rousseau 1997
Eybers Elisabeth, Tydverdryf / Pastime, Human & Rousseau 1996
Hugo Daniël, Skeurkalender, Tafelberg 1998
Jonker Ingrid, Versamelde werke, Human & Rousseau 1994 ***
Leipoldt C. Louis, Uit die skatkist van die Slampamperman: ‘n Omnibus, Tafelberg 1999 (samengesteld door J.C. Kannemeyer)
Krog A., Kleur kom nooit alleen nie, Kwela Boeke 2000 ***
Louw N.P. van Wyk, Versamelde gedigte, Tafelberg 1981 ***
Louw N.P. van Wyk, Verborge vuur, Tafelberg 1989 (een keur uit de kortere poëzie samengesteld door Peter Louw)
Louw W.E.G., Versamelde gedigte, Tafelberg 1988 ***
Naudé Charl-Pierre, Die Nomadiese oomblik, Tafelberg 1995
Petersen S.V., Die nag is verby, Tafelberg 1980 ***
Snyders Peter, ‘n Ordinary mens, Tafelberg 1982
Stockenström Wilma, Spesmase, Human & Rousseau 1999 ***
Weideman George, Staning onder sterre, Tafelberg 1997

2.3. Fictie: verzamelbundels poëzie

Forster R., Viljoen L. (sam.), Poskaarte, Tafelberg 1997
Opperman D.J. (sam.), Groot verseboek, Tafelberg 1990
Brink A.P., Groot Verseboek 2000, Tafelberg 2000 ***

2.4. Fictie: verzamelbundels kortverhalen

De Vries A. (sam.), Eeu: Honderd jaar van Afrikaanse kortverhale, Human & Rousseau 1996
Ferreira Jeanette (sam.), Boereoorlogstories, J. L. van Schaik 1998
Scheepers Riana (sam.), Dogters van Afrika, Tafelberg 1997
Willemse H. (sam.), Die stukke wat ons sny, Kwela 1999

2.5. Fictie: drama

Breytenbach Breyten, Boklied, Human & Rousseau 1998
Brink André, Die Jogger, Human & Rousseau 1997
De Wet Reza, Drie susters twee, Human & Rousseau 1996
Opperman Deon, Donkerland, Tafelberg 1996

2.6. Nonfictie: literaire kritiek en literatuurbeschouwing

Jansen Ena, Afstand en verbintenis – Elisabeth Eybers in Amsterdam, J. L. van Schaik 1996
Jansen E., Jonckheere W., Boer en Brit: Afrikaanse en Nederlandse tekste uit en om die Anglo-Boereoorlog, Protea Boekhuis 1999
Kannemeyer J.C., Geskiedenis van die Afrikaanse Literatuur, Human & Rousseau 1983 en 1984 (twee delen) ***
Kannemeyer J.C., Die Afrikaanse literatuur 1652-1987, Human & Rousseau 1988
Kannemeyer J.C., Wat het geword van Peter Blum?, Tafelberg 1993
Kannemeyer J.C., Langenhoven: ‘n Lewe, Tafelberg 1995
Kanemeyer J.C., Leipoldt: ‘n Lewensverhaal, Tafelberg 1999 ***
Louw N.P. van Wyk, Versamelde prosa 1, Tafelberg 1986
Louw N.P. van Wyk, Versamelde prosa 2, Human & Rousseau 1986
Steyn J.C., Van Wyk Louw: ‘n Lewensverhaal, Tafelberg 1998 ***
Van Coller H.P. (red), Perspektief en Profiel: ‘n Afrikaanse literatuurgeskiedenis, J. L. van Schaik, 1998 en 1999 (twee delen) ***

2.7. Nonfictie: Afrikaanse taalkunde

Botha T.J.R., Ponelis F.A., e.a., Inleiding tot die Afrikaanse taalkunde, J. L.van Schaik 1989
Carstens W.A.M., Norme vir Afrikaans – enkele riglyne by die gebruik van Afrikaans, J.L. van Schaik 1994
Carstens W.A.M., Afrikaanse tekslinguistiek – ‘n inleiding, J. L. van Schaik 1997
Gouws Rufus, Feinauer Ilse, Sintaksis op die voorgrond, J. L. van Schaik 1998
Ponelis F.A., Afrikaanse sintaksis, J.L. van Schaik 1998
Steyn J. C., Trouwe Afrikaners – aspekte van Afrikaner-nasionalisme en Suid-Afrikaanse taalpolitiek, Tafelberg 1987
Van Rensburg Christo, Afrikaans in Afrika, J. L. van Schaik 1997 ***
Webb V. (sam.), Afrikaans na apartheid, J. L. van Schaik 1992

2.8. Woordenboeken

Verklarende Afrikaanse Woordeboek, Labuschagne F.J., Eksteen L.C., Pharos 1995 ***

2.9. Taalverwerving

Jooste G.A., Taxi – Staanplekstories, J. L. van Schaik 1996
Wybenga D., Jooste G.A., Taalreis met taxi, J.L. van Schaik 1998

Alle werken zijn beschikbaar bij Gramadoelas, Guldensporenplein 16, 3500 Hasselt (tel +32 (0)11.24.18). De volledige fondslijst is opgenomen op de website van Gramadoelas: http://user.online.be/gramadoelas/.

Geen Kommentaar »

Nog geen kommentaar nie.

RSS voer vir kommentaar op hierdie bydrae.

Lewer kommentaar